Inleiding

In het voorgaande jaar heeft het bestuur besloten dat er een nieuwe Clubbaan mag komen. Er zijn enkele leden – een stuk of zes – die het degelijk willen aanpakken in een kleinere schaal.

Daar is plaats voor in het midden van de H0-baan-ruimte, want … kleiner is groter.

Het idee is mede afkomstig van de voorzitter van onze modelspoorclub. Hij heeft zelf een grote kleine baan en is een enthousiast N-spoorder.

In de week voor de jaarvergadering kwam hij met een voorlopig plan voor de maten van de baan. Hij was al bezig met het maken van ontwerpschetsen en vroeg ons mee te denken over een rail plan. We hebben overlegd wat dan het thema of het onderwerp zou kunnen worden. Gedacht werd aan een landschap met heuvels, een gebied in het zuiden, bijvoorbeeld Limburg met een rivier als de Maas. Niet direct een berglandschap.

Met deze informatie zijn we aan de slag gegaan: rondneuzen in het gebied ten zuiden van Limburg via Google Earth. Terwijl ik bezig was herinnerde dat gebied me aan het landschap van Moezel en Maas (Meuse). Vakantiefoto’s bekeken en vanuit Google Earth foto’s in een map opgeslagen.

Landschap

Kenmerkend is het bochtenwerk van Maas en Moezel en de verschillende brugvarianten voor spoor- en autoverkeer. Het zou leuk zijn dat ook te laten zien op de nieuwe baan in schaal 1:160. Er is gezocht naar spoorwegemplacementen in het gebied. Eerlijk gezegd zijn dat er aardig wat en een keus maken valt niet mee. Over het algemeen kom je zowel langs de Maas als de Moezel kleine stationnetjes tegen met door-gangspoor of uitwijk- / inhaalspoor. Meer uitgebreide stations langs de Maas zijn: Luik, met werk- en rangeergebied Kinkempois; Huy, met meerdere sporen, klein rangeergebied, een haventje, Pont Père Pire (moderne brug) en tunnel; Namen (Namur) met 10 sporen en verderop rangeer- en werkgebied Ronet. De voornaamste Duitse steden aan de Moezel zijn Konz,Trier [rangeer- en overslagterrein (steen e.d.) Pfalzel], Schweich, Lei-wen, Piesport, Bernkastel-Kues, Traben-Trarbach, Zell, Cochem, Dieblich en Koblenz [met meerder opstelsporen en rangeerterreinen]. De Moezel (Duits: Mosel, Frans: Moselle) is een rivier in Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Via de Our en de Sûre wateren ook stukken van België af in Moezel en Rijn. De Moezel ontspringt bij de Col de Bussang in de Vogezen op 735 meter hoogte en mondt na 544 kilometer bij Koblenz uit in de Rijn. De naam ‘Moezel’ komt van het Latijnse Mosella, een verbastering van het Keltische Mosea. Mosella is een verkleinwoord van de deels parallel stromende rivier de Maas (Latijn: Mosa). Om een beeld te krijgen van het landschap hebben we het Meusel-deel in schaal 1:3 van de clubbaan gemaakt met platen piepschuim. Geverfd met plakkaatverf ziet het er acceptabel uit. We hebben de op de n-baan te verbeelden rivier “Meusel”– een samentrekking van Moezel en Meuse – genoemd. Het station Meuselbergen ligt (op de tekening) op de bovenste poot van de u-vormige tafel en doorgangsstation Zandbergen (vanwege de zand-/steengroeve) aan de andere kant.

SketchUp

Dit is getekend in ScetchUp, dus met rechte lijnen. In dit geval is het een gedeelte dat op module 8/9 gerealiseerd zal worden. Rechts de twee tunnelingangen en vier sporen van of naar de opstelsporen achter het skyboard. Midden: de zand/grindafgraving met een slingerspoorlijntje naar de graafmachine. Links onder de groene bergen loopt het keerlusspoor [niveau +70) van achter het skyboard naar station Meuselbergen (niveau +40 op module 1-2-3). Waar de naam Zandbergen staat komt een klein station met 2 of drie opstelsporen t.b.v. industrie en zand-/grindafgraving.Aan de rand van de tafel het afdalende dubbelspoor naar Meuselbergen (onder vier bruggen door langs het water van de Meusel) en het opgaande spoor naar de opstelsporen achter het skyboard.

Bruggen

Er is een proefbrug gemaakt met een hoge pyloon, zodat daarmee een tuibrug (voor autoverkeer) zou kunnen worden gemaakt. De overspanning is 680 mm (over een aantal sporen en over de Meusel) wat in werkelijkheid dus ruim 108 meter is. De onderkant van de brug ligt op 55 mm boven de spoorstaven en boven het wateroppervlak op 95 mm Voor de spoorbrug hebben we een boogbrug in gedachten, niet een boven- maar onderboog, als het mogelijk is in een betonuitvoering, maar in vakwerk kan ook, mits het bouwpakket voldoende gedetailleerd is. In verband met de aanschaf van bruggen – er zijn er in totaal zes nodig – is gezocht naar geschikte bouwdozen. Eén brug is aangeschaft: de Bietschtalbrücke – de spoorbrug op module 5 (zie hierboven). Voor de andere zijn we nog op zoek – of we bouwen ze in eigen beheer (iedereen mag helpen, ook H0-spoorders!). In verband met het passend maken van de bruggen zullen we daarvoor ook weer printen moeten maken in schaal 1:1 in schaal N. Het landschap opbouwen komt op het laatste plan. Eerst ullen de sporen gelegd en getest moeten worden met de digitale besturing. Dat kan natuurlijk met ‘tijdelijke bruggen’, maar het is handig als ze er al zouden liggen.

Teken- en ontwerpprogramma

Zoals gezegd kwam de voorzitter met de realiseerbare maten voor de n-baan. Het was getekend in AnyRail. Meer n-spoorders blijken dit programma op hun computer te hebben. Hierdoor werd het mogelijk de plannen met elkaar uit te wisselen. Verbeteringen, wijzigingen en andere aanpassingen kunnen op die manier snel worden gedeeld en van commentaar voorzien. Op de clubavond werd en wordt gebrainstormd over de verschillende opties. In het programma wordt automatisch een lijst van gebruikte materialen aangemaakt. Een handig item, dat veel tijd bespaart. Rails weghalen, bijvoegen, wijzigen betekent dat de veranderingen allemaal worden meegenomen. Voor de voorzitter, die de kosten in de gaten wil houden, een uitkomst. Het berekenen van de hoeveelheid benodigde elektronica, de aan te sluiten printen moet wel handmatig en is afhankelijk van het te kiezen systeem. Vandaar dat er discussies worden gevoerd die de anderen soms boven de pet gaat….

De tekeningen voor de onderbouw worden nu getekend. De constructietekeningen en -plannen zijn aan ons voorgelegd. Het wordt een ingewikkeld onderstel vanwege de verschillende hoogten. We hopen er in de komende maand (juni 2014) aan te beginnen, zodat we na de vakantie (oktober 2014) het geheel in de clubruimte kunnen plaatsen.

Voortgang

De afgelopen weken is veel getekend, aangepast, gewijzigd en bijgesteld. Gemaakte railplannen worden getoetst aan de werkelijkheid. Eén van de leden is daarmee op de hoogte en dat heeft diverse verbeteringen met zich gebracht. Het digitale gebeuren wordt getoetst en aangepast, ook ten aanzien van de in AnyRail gebruikte tekeningen maakt hij vereenvoudigingen en verdelingen. De andere leden hebben regelmatig aanvullende opmerkingen voor wat betreft de rijmogelijkheden. Al met al zijn er inmiddels een twaalftal tekeningonderdelen: tafelafmeting (6.8×3.3m), verdeling in modulen, rail fase 1, rail fase 2, hoogten onderplaten voor rails, hoogten landschap, doorsneden landschap, maat-voeringen, skyboard plaatsing, scenery, teksten bij tekeningen en tenslotte materialenlijsten. Deze tekeningen hebben alle een aantal varianten vanwege de verschillende aanpassingen en wijzigingen. Zo ontstaat een aardige voorraad papieren afdrukken!

Het railsysteem

De standaard bij spoor-N-railsystemen is een profielhoogte van 2,03 mm. In vergelijking met het grote voorbeeld te hoog en niet mooi van vorm, daarom is voor PECO gekozen. De Peco-rails “Finescale Streamline” Code 55 voor schaal N zijn te vergelijken met Finescale-rails Code 75 voor schaal H0.

De constructie van deze Streamline N-rail laat twee uitzonderlijke vernieuwingen zien:
1. Een bijzonder laag railprofiel (Code 55) met een profielhoogte van maar 1,39mm – afgerond 1,4 mm.
2. Een nieuwe bevestigingsconstructie: de railvoet is in de bielzen van de rails ingegoten.

Het aanbrengen van railvoeten aan de binnenzijde van de rails is door deze bijzondere constructie overbodig. Op die manier kan al het N-schaal materieel op deze rails gebruikt worden zonder dat de spoorkransen er tegenaan zullen komen. De Streamline rails bieden dezelfde stabiliteit en bedrijfszekerheid als het oorspronkelijke N-rail materiaal (Code 80), maar geeft optisch een betere indruk van het grote voorbeeld. De in het baanontwerp voorkomende kruiswissels zullen vervangen worden door gewone wissels. Inmiddels zijn de tekeningen aangepast en is het railmateriaal voor de eerste fase besteld in Engeland, want dat was het goedkoopst. De Penningmeester heeft e.e.a. geregeld en kreeg via Australië (!) de restpartij binnen. We kunnen aan de slag als de modulair gemaakte tafel klaar is (verdeeld in 9 modulebakken).

Tekeningen en foto’s

Voor een sporenplan zijn niet alleen de spoorwegen en stations van belang, ook de omgeving waarin het een en ander zich afspeelt moet, zo mogelijk, een realistische voorstelling geven van de baan, zeker als je de naam Meusel gaat gebruiken. Vandaar de foto’s die we daarvoor hebben verzameld.

Geef een reactie